Tijdens de opgravingen in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw vonden archeologen een dunne laag onder fundering van een tempel (T1). De laag bestond voornamelijk uit aangestampte aarde en puin dat men in de oudheid waarschijnlijk had verspreid over een groot oppervlak om de grond te egaliseren. De opgraving van de laag leverde een grote hoeveelheid aan voorwerpen op – voornamelijk aardewerk, stukken huttenleem, dakpan, dolia, brons, goud, botten, kiezelstenen. Een nieuwe analyse van het materiaal liet zien dat er zowel voorwerpen uit vroegere periodes stamden als van de periode van de bouw van de tempel. De laag was dus een rommelig geheel dat zowel het vroegere leven op deze locatie in de huttenfase als de bouwactiviteiten van de nieuwe tempel-tijd aangaf.
Jeltsje Stobbe (Universiteit van Amsterdam)